Op mijn eigen tempo

Toen ik op de basisschool zat had ik heel erg moeite met mijn focus erbij te houden tijdens lessen. Ik kon me heel goed herinneren dat alle kinderen om me heen al tot 10 konden vermenigvuldigen en ik snapte geen eens wat vermenigvuldigen inhield. Ik had een achterstand vergeleken met de rest, maar voelde me hierdoor ook onzeker.

Ik kreeg tijdens mijn pauzes door mijn achterstand vaak extra taken die ik moest uitvoeren. Onder andere begrijpend lezen en rekenen. Uiteraard wou ik liever buitenspelen met de rest. Gaandeweg kreeg ik het onder de knie, maar het gevoel dat ik niet zo slim was als de rest bleef aan mij knagen zelfs toen ik ouder werd. Ik durfde ook geen vragen te stellen, want mijn vader noemde mij een ezel wanneer ik dit deed. Dit achtervolgt me soms nog als ik een vraag stel.

Nu ik wat ouder ben en mijn master heb behaald besef ik me dat intelligentie niet draait om de cijfers die je behaalt of de labels die men op je plaatst. Ik heb nog steeds moeite met focussen of het op tijd uitvoeren van bepaalde taken. Maar ik leer dagelijks dat ik me niet minder moet voelen dan iemand anders als iets me niet meteen lukt. Ik kan namelijk heel goed hoofdrekenen nu vergeleken met anderen dankzij mijn “achterstand” als kind. Iedereen bereikt iets op hun eigen tempo. Er is geen goed of fout.